Mijn doel is beelden neer te zetten die communiceren, met een universeel/maatschappelijk geëngageerde inhoud. Die fysieke ervaring geven in een veld van betekenissen, herkenning die tegelijkertijd provoceren. Het werk bestaat voornamelijk uit levensgrote
bronzen scuplturen, waarbij het menselijk lichaam gebruikt wordt als drager van betekenis: de mens als allegorie.
Het lichamelijke biedt voor mij een referentiekader om te laten zien hoe het persoonlijke verweven is met het maatschappelijke en omgekeerd;
de dialoog tussen de gebruikers van de openbare ruimte; hun persoonlijke realiteit en de culturele, maatschappelijke actualiteit in relatie met mijn werk.
Een van de thema’s waarmee ik werk is de positie/verbeelding van de vrouw, balancerend op het snijvlak van beeldende kunst en samenleving.
Door de gehele kunstgeschiedenis heen zijn er vele venusbeelden gemaakt en is de vrouw op vele manieren afgebeeld. Heden ten dage is de vrouw zowel cliché als icoon in de snelle beeldcultuur. “ mijn “ Venus beelden zijn een ode aan de vrouw van nu en de toekomst, en herkenbaar voor de hedendaagse mens, met een vleugje girlpower.
Door de rauwe toets en door reductie van de anatomie van het model tot de voornaamste lijnen en vormen, ontstaat een beeld dat niet volledig is. maar middels lacunes en gaten een spanning oproept die het model overstijgt. Tijdens het werkproces komt het werk in diverse stadia terecht. Het vertrekpunt is de menselijke anatomie. Essentieel daarbij is de daadwerkelijke aanwezigheid van het model. Het menselijk lichaam fungeert als vertaling van het concept.
De plaats die de mens als individu inneemt in het spanningsveld van de zelfontplooiing / zelfverheerlijking vertaal ik door vooral mijn eigen lichaam als uitgangspunt te gebruiken.
bronzen scuplturen, waarbij het menselijk lichaam gebruikt wordt als drager van betekenis: de mens als allegorie.
Het lichamelijke biedt voor mij een referentiekader om te laten zien hoe het persoonlijke verweven is met het maatschappelijke en omgekeerd;
de dialoog tussen de gebruikers van de openbare ruimte; hun persoonlijke realiteit en de culturele, maatschappelijke actualiteit in relatie met mijn werk.
Een van de thema’s waarmee ik werk is de positie/verbeelding van de vrouw, balancerend op het snijvlak van beeldende kunst en samenleving.
Door de gehele kunstgeschiedenis heen zijn er vele venusbeelden gemaakt en is de vrouw op vele manieren afgebeeld. Heden ten dage is de vrouw zowel cliché als icoon in de snelle beeldcultuur. “ mijn “ Venus beelden zijn een ode aan de vrouw van nu en de toekomst, en herkenbaar voor de hedendaagse mens, met een vleugje girlpower.
Door de rauwe toets en door reductie van de anatomie van het model tot de voornaamste lijnen en vormen, ontstaat een beeld dat niet volledig is. maar middels lacunes en gaten een spanning oproept die het model overstijgt. Tijdens het werkproces komt het werk in diverse stadia terecht. Het vertrekpunt is de menselijke anatomie. Essentieel daarbij is de daadwerkelijke aanwezigheid van het model. Het menselijk lichaam fungeert als vertaling van het concept.
De plaats die de mens als individu inneemt in het spanningsveld van de zelfontplooiing / zelfverheerlijking vertaal ik door vooral mijn eigen lichaam als uitgangspunt te gebruiken.
Film Titus Brandsma
Film Dag van de Maker
Film Dag van de Maker
Beelden
Roos Wouters
Overal, de hele dag door, worden we gevoed, soms zelfs overvoed, door beelden. We zien voorbeelden en schrikbeelden, beelden die ons een goed gevoel geven en beelden die ons benauwen. Beelden die bewust of onbewust op ons netvlies belanden en waarop wij, bewust of onbewust, een beeld van onszelf vormen.
De eerste beelden die je als kind mee krijgt zijn meestal die van je ouders. Je kopieert en karikaturiseert ze. Je speelt vadertje en moedertje. De beelden die je omringen bepalen welk spel je speelt. Speel je vader of moeder, zet je thee of ga je werken. Ben je een overwegend strenge of verzorgende, gelukkige of bedrukte ouder. En hoe ouder je wordt hoe meer vraagtekens je zal zetten bij de beelden die je ouders je voorhouden. Steeds vaker zal je je afvragen of je later net zo wil worden als zij of dat je het juist heel anders zal gaan doen. De beelden om je heen vormen een belangrijk referentie kader.
Hoe ouder ik werd des te meer beelden mee gingen spelen. Als hongerige tiener op zoek naar mijn eigen identiteit zoog ik vele beelden gretig in me op. Ik spiegelde me, net als vele anderen, aan leeftijdsgenoten en stijl iconen. Bekeek, bestudeerde en imiteerde de beelden in bladen en op tv, van pop- en filmsterren. Hun maniertjes, hun dansjes. Uren stond ik voor de spiegel en probeerde de perfecte mix tussen Madonna en Prins, mijn oudere zus en mijn beste vriendin uit te beelden.
Maar met het verstrijken van de jaren ontstond er een bepaalde vorm van verzadiging, de beelden kwamen nog wel tot me maar raakten me niet meer zo diep. Terwijl de beelden in steeds grotere hoeveelheden en met een steeds grotere snelheid over ons heen worden gestort, kon ik ze steeds gemakkelijke langs me heen laten stromen. De zoektocht naar mijn zelfbeeld keerde zich steeds meer naar binnen. De voorbeelden uit mijn pubertijd waren veranderd in goed geconserveerde typetjes die zich net als ik een houding probeerde te geven. Ze fungeerde niet meer als houvast maar bleken even instabiel als ik.
De beelden die nog wel binnen kwamen waren beelden die vanuit die stroomversnelling met geweld tegen mij aan botsten. Beelden die mijn generatie zouden verbeelden. Beelden van ambitieloze deeltijd feministen, parasiterende thuisblijf moeders die niet wilden werken en ambitieuze vaders die niet wilden zorgen. Beelden van krachteloze en ambitieloze kuddes. Pruilend en wulps gevormd naar de laatste trend. Op levensgrote billboards, hun lichaam verkopend voor een breazer of halfnaakt dansend in videoclips. De vrouwen van mijn generatie worden afgebeeld als lege hulzen, volkomen losgekoppeld van identiteit en emotie. Maar wat zeggen die lege hulzen over mij? Over mijn generatie? Wat is de verbeelding van de buitenkant zonder ook maar enig recht te doen aan de verbeelding van de binnenkant. Zonder weer te geven wat ons beweegt, wat ons bezighoud, wat ons innerlijk verscheurd en gelukkig maakt.
Toch, heel af en toe, zijn er beelden die de uitzondering op de regel vormen. Beelden die de tijdsgeest van mijn generatie vrouwen zo prachtig verbeelden dat ze je weer net zo diep raken als je pophelden vroeger deden. Beelden die je houvast geven omdat ze rechtdoen aan je zelfbeeld; kwetsbaar en krachtig. Geen pruilend vrouwelijk schoon dat je wilt aaien maar de naakte ruwe kern. Naakt en krachtig, kwetsbaar en prachtig. Teder, vragend, onzeker zoekend, eigenwijs. Vechtend, vrijend, beminnend en trots. Energiek en ambitieus. Kind, moeder, vrouw, hoeder. Om een eerlijk tijdsbeeld van mijn generatie vrouwen te krijgen heb je geen woorden nodig, de beelden van Natasja Bennink spreken boekdelen.
Selectieve herschepping
Diederik Kraaijpoel
De Amerikaanse schrijfster Ayn Rand heeft kunst gedefinieerd als een ‘selectieve herschepping van de werkelijkheid’. Dat wil zeggen: geen slaafse kopie. De kunstenaar kiest bepaalde aspecten die hij belangrijk vindt; andere laat hij weg. Zo komt het dat de wassen beelden in het Museum Tussaud nooit kunst zijn genoemd, hoewel ze toch bewondering wekken door hun natuurgetrouwheid. Als je er doodstil tussenin gaat zitten, lijk je zelf precies een wassen beeld; daar zijn al veel practical jokes mee gemaakt. De makers zijn knappe vaklieden, maar geen beeldhouwers. Waarom niet? Ze hebben niet gekozen: ze hebben eenvoudig alles gekopieerd wat er te zien was.
Bij de beeldhouwer gaat dat anders. Er bestaat weliswaar realistische sculptuur, uit de vijftiende en zestiende eeuw bijvoorbeeld. Daar hebben mensen voor geposeerd, de portretten zullen uitstekend lijken. Sommige van die beelden waren gepolychromeerd met natuurlijk aandoende kleuren. Maar nooit vertonen ze het effect van het net-echte. Als je er naast gaat staan ziet iedereen meteen het verschil.
Het menselijk lichaam, zijnde het belangrijkste onderwerp van de sculptuur, wordt onderworpen aan een vervormingsproces, in de wandeling genaamd stilering. Die is bij elke beeldhouwer anders. Nic Jonk heeft afgeronde bolle vormen. Bij het werk van Eja Siepman van den Berg zou je moeten spreken van strakke, architectonische vorm. Daar is nog niet veel mee gezegd. Stijl is zeer goed te zien, maar het is eigenlijk niet mogelijk om hem in woorden te vatten.
Toch ga ik dat proberen naar aanleiding van de beelden van Natasja Bennink. U weet nu dat ik daar niet in zal slagen, maar als u tijdens het lezen zo nu en dan een blik op de beelden werpt, komen we misschien een heel eind.
Diederik Kraaijpoel
De Amerikaanse schrijfster Ayn Rand heeft kunst gedefinieerd als een ‘selectieve herschepping van de werkelijkheid’. Dat wil zeggen: geen slaafse kopie. De kunstenaar kiest bepaalde aspecten die hij belangrijk vindt; andere laat hij weg. Zo komt het dat de wassen beelden in het Museum Tussaud nooit kunst zijn genoemd, hoewel ze toch bewondering wekken door hun natuurgetrouwheid. Als je er doodstil tussenin gaat zitten, lijk je zelf precies een wassen beeld; daar zijn al veel practical jokes mee gemaakt. De makers zijn knappe vaklieden, maar geen beeldhouwers. Waarom niet? Ze hebben niet gekozen: ze hebben eenvoudig alles gekopieerd wat er te zien was.
Bij de beeldhouwer gaat dat anders. Er bestaat weliswaar realistische sculptuur, uit de vijftiende en zestiende eeuw bijvoorbeeld. Daar hebben mensen voor geposeerd, de portretten zullen uitstekend lijken. Sommige van die beelden waren gepolychromeerd met natuurlijk aandoende kleuren. Maar nooit vertonen ze het effect van het net-echte. Als je er naast gaat staan ziet iedereen meteen het verschil.
Het menselijk lichaam, zijnde het belangrijkste onderwerp van de sculptuur, wordt onderworpen aan een vervormingsproces, in de wandeling genaamd stilering. Die is bij elke beeldhouwer anders. Nic Jonk heeft afgeronde bolle vormen. Bij het werk van Eja Siepman van den Berg zou je moeten spreken van strakke, architectonische vorm. Daar is nog niet veel mee gezegd. Stijl is zeer goed te zien, maar het is eigenlijk niet mogelijk om hem in woorden te vatten.
Toch ga ik dat proberen naar aanleiding van de beelden van Natasja Bennink. U weet nu dat ik daar niet in zal slagen, maar als u tijdens het lezen zo nu en dan een blik op de beelden werpt, komen we misschien een heel eind.

Het is zelfs mogelijk om het voortgaan van de beweging uit te strekken over meerdere figuren. Schoolvoorbeeld daarvan is De Beeldhouwer en de Muze: de slingerende lijnen die min of meer horizontaal langs jukbogen en kaken lopen, liggen in elkaars verlengde, waardoor de binding tussen de twee hoofden des te sterker wordt uitgedrukt.
Dat Natasja uitgaat van de traditie is in de huidige kunstbeschouwing een heikel punt. Er zijn kunstenaars en theoretici die denken dat je bij een nieuw nulpunt moet beginnen. Ik denk dat iets waardevols kan alleen bereikt worden door op de schouders van de voorgangers te gaan staan.
Er is nog een tweede aspect van de traditie waar Natasja ruim gebruik van maakt. Het valt op dat haar beelden weliswaar duidelijk menselijke anatomie vertonen, maar dat het oppervlak ruig is, en niet bepaald realistisch. Details als haren, nagels etc. zijn weggelaten, daarvoor in de plaats komen gaten, sleuven, richels die aan een echt lichaam niet zijn te vinden. Toch zien we op de eerste blik daar een mens staan.
Ook dit principe komt niet uit de lucht vallen. In de Europese beeldhouwkunst is van oudsher verschil gemaakt tussen schets en afgewerkt product. De schets was klein, snel gekneed in klei, met alleen een aanduiding van de hoofdzaken. Het definitieve beeld werd gedetailleerd en zo gaaf mogelijk uitgewerkt, in marmer of in brons. Dat was wat de beschouwer verwachtte. Toch moet er voor die schetsjes ook toen al belangstelling geweest zijn, want er zijn een flink aantal bewaard gebleven als terracotta, dat wil zeggen ze zijn naderhand in de oven gebakken om ze te kunnen bewaren.
Waarin zetelt de aantrekkingskracht van zulke schetsen? Ze tonen de directe hand, de gedachtegang van de maker: hier moet nog wat bij, daar wat af, dit moet langer, dat moet dunner. Zijn vingerafdrukken zijn nog zichtbaar. Het definitieve beeld toont het resultaat van die gedachten, maar het proces is verborgen geraakt. Het is geen wonder dat de schets bewonderaars heeft, zoals ook sinds mensenheugenis bij kunstkenners een voorliefde bestaat voor krabbels, snelle notities, voorstudies, in plaats van afgewerkte schilderijen.
Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw komt de neiging op om het verschil tussen schets en definitief beeld op te heffen. Het ruw bewerkte oppervlak blijft ook in de uiteindelijke vorm de hoofdzaak.
Tegelijk gebeurde iets anders: door het bestuderen van incomplete antieke beelden kwamen Rodin c.s. tot de conclusie dat een fragment, een losse hand, een tors zonder kop of armen, heel goed als een zelfstandig beeld kon worden beschouwd. Dit is het begin van de moderne beeldhouwkunst, waar de suggestie een grote rol speelt en een beroep wordt gedaan op de fantasie van de beschouwer om het beeld zelf aan te vullen.
Het is duidelijk dat Natasja werkt in de schets-traditie. Ze is daar toe gekomen door een gevoel van malaise dat haar overviel toen ze in ’96 en ’97 lessen nam op de academie van Athene. De Grieken zijn niet meer zo klassiek als in hun antieke tijd, maar wel is het onderwijs in Athene echt academisch, dat wil zeggen men eist dat een beeld volledig afgewerkt is (‘dichtgesmeerd’ zegt zij, nog steeds met een zekere weerzin). Zij realiseerde zich in elk gaval wat zij niet wilde. Dat wil zeggen dat dit onderwijs niet zo slecht is: je hebt tenminste iets waar je je tegen kan afzetten.

Dit alles resulteert in een uitdrukking. Zij zelf noemt als het doel van haar activiteiten expressie. Wat wordt hier uitgedrukt? Het alledaagse antwoord luidt: het innerlijk van de kunstenaar. Dit misverstand wordt een beetje in de hand gewerkt doordat het maken van een werkstuk inderdaad gepaard gaat met gevoelens en doordat Natasja, jazeker, iets van zichzelf aan het licht brengt. In veel kopppen is haar gezicht min of meer te herkennen: het beeld "om te koesteren" is gebaseerd op haar eigen borsten en handen. Zij is zelf lenig en beweegelijk, en als je haar ziet lopen kun je goed voorstellen dat zij zulke figuren maakt. De beelden zijn voor een deel een uitdrukking van hoe ze haar lichaam beleeft.
Maar daar is niet alles mee gezegd. Vergelijk je de figuren onderling, dan blijkt dat de vrouwen er fier en zelfbewust uit zien ( zie Mama en Madonna met kind), terwijl de mannen een breekbare of zelfs tragische indruk maken. Het hoofd van de jongen genaamd Man zakt met neergeslagen ogen opzij. Titus Brandsma (gereconstrueerd van foto’s) schijnt zijn dood in Dachau reeds voor te voelen. Ein alter Geliebte lijkt verzonken in een doffe berusting. Het model is mijn vriend Gouke, die inderdaad een enkele maal in die toestand kan worden aangetroffen en daar geldige reden voor heeft.
Het werk van Natasja Bennink (1974) dat op tentoonstelling te zien is, zal later genoemd worden:
het vroege werk. Het is een sterk begin. Hier staan een aantal beelden waar een rijpere beeldhouwer zich niet voor zou hoeven schamen. Reeds nu is te zien, dat het uiteindelijk niet om haar zelf gaat, maar over de wereld, inzonderheid de mens, en menigmaal over de individuele mensen. Dat is een gunstig teken. De wereld is groot, de mens zowel vrolijk als droevig, zowel heroisch als tragisch. Er valt nog een hoop voor haar te doen.

A WOMAN ON A MISSION
beelden Natasja Bennink 1999-2009
concept+vormgeving Rudo Menge
fotografie Reyer Boxem
beschouwing Roos Wouters
gedichten Maria van Daalen
Uitgever Galerie VCR, Antwerpen en BAI, Scholten
ISBN 9789085865346
Het boek is verkrijgbaar bij:
Galerie Van Campen & Rochtus, Antwerpen tel +32(0)3 2940662, www.galerieVCR.be
of bol.com
